Indicaties bij volwassenen


Gewrichten

Nekklachten

Nekklachten komen ontzetten vaak voor. Toch ligt de oorzaak van deze klachten vaak niet in de nek zelf.
Bewegingsbeperkingen in de buik, borst- en halsorganen geven spanningen in de vliezen die om deze organen heen liggen. Deze toename in spanning wordt geregistreerd door het zenuwstelsel, die vervolgens deze informatie naar onder andere de nek stuurt. In de nek ontstaat daardoor een lokale overprikkeling en ontregeling: de spieren in de nek spannen op waardoor de nekwervels gefixeerd raken.
De spierspanning en de gefixeerde nekgewrichtjes kunnen voor pijn zorgen.

Ook kunnen de stuit en het bekken een scheefstand vertonen, waardoor na langdurige zithouding de spanning in de nek steeds verder toeneemt.
Hetzelfde geldt voor een blokkade in de enkel na bijvoorbeeld een verstuiking. In dit geval kan langdurig lopen of staan nekklachten veroorzaken.

De osteopaat gaat op zoek naar de oorzaak van de nekklachten en kan deze vaak uitstekend behandelen.

Rugklachten

Rugklachten komen ontzettend vaak voor. De oorzaak is niet altijd alleen in de rug gelegen, maar vaak zijn er meerdere factoren aanwezig die een verminderde belastbaarheid van de rug veroorzaken.

De lage rug kan niet afzonderlijk van het bekken, het heiligbeen en de onderste ledematen gezien worden. De lage rug zal bijvoorbeeld bewegingsverliezen van het bekken of de heupen proberen op te vangen.
Op langere termijn kan een zwakke zone ontstaan in de rug die klachten gaat veroorzaken. Hetzelfde geldt voor bewegingsverliezen van de organen, die nauw samenhangen met spieren, vliezen, pezen en banden die hun aanhechtingsplaatsen hebben aan de voorzijde van de rug, en zo klachten veroorzaken.

Lage rugklachten kunnen ook een compensatie zijn voor een blokkade in de nek, die men vaak niet zelf waarneemt. Om de ogen en het evenwichtsorgaan in horizontale positie te houden zal de onderrug een scheefstand aan gaan nemen om dit op te vangen.

Kortom, de osteopaat zal de primaire oorzaak opsporen en behandelen, waardoor de rugklachten verdwijnen.

Hernia

Een hernia is een uitstulping van de kern van de tussenwervelschijven (schokdempers) in de rug. Als deze uitstulping op het passerende zenuwweefsel gaat drukken, ervaart men pijn in rug en been, eventueel gepaard gaande met krachtverlies en gevoelsstoornissen. Aan de hernia zelf kan de osteopaat niets doen, maar de osteopaat kan wel onderzoeken hoe de hernia is ontstaan. Een verdraaiing van een van de lendenwervels of het heiligbeen, geeft enorme druk op de tussenliggende tussenwervelschijf. Een plotse beweging kan dan de tussenwervelschijf doen scheuren. Het functioneren van de rug en het bekken is erg afhankelijk van de organen, die met spieren en banden vasthangen aan de binnenzijde. Een fixatie van een van deze organen kan verantwoordelijk zijn voor een verdraaiing van een wervel of een verkeerde stand van de rug, waardoor de tussenwervelschijf in het gedrang komt.

De osteopaat zal de bewegingsverliezen herstellen en de doorbloeding en de bezenuwing van de regio optimaliseren. Wanneer de spanning, verantwoordelijk voor het belasten van de wervelkolom, opgeheven is, krijgt de tussenwervelschijf sneller de kans om te herstellen en zal de hernia zich kunnen terugtrekken.

Schouderklachten

Bij pijn in de schouder en bovenarm is er vaak sprake van een inknelling van een pees of slijmbeurs tussen de schouderkop en het schouderdak. Deze inknelling wordt vaak veroorzaakt door een veranderde en verhoogde spanning in de spieren rondom de schouder. Deze spieren kunnen in spanning verhoogd zijn door een blokkade elders in het lichaam.

Bijvoorbeeld door een wervelblokkade in de halsregio. de bezenuwing naar de schouder toe komt dan in het gedrang en als reactie zullen de spieren rondom de schouder zich opspannen.
Maar ook fixaties ter hoogte van de buikorganen hebben via het middenrif en de ribben hun invloed naar de schouder toe.

De osteopaat zal het gehele lichaam onderzoeken om erachter te komen welke structuren verantwoordelijk zijn voor de schouderklachten.

Elleboogklachten

Een veel voorkomende klacht in de regio van de elleboog is de zogenaamde tenniselleboog. Hierbij is sprake van een overbelasting van de spieren die op de buitenzijde van de elleboog aanhechten (meestal als gevolg van chronische overbelasting door bijv. typen, handdoeken wringen of een té intensieve partij tennis). De soortgelijke klacht aan de binnenzijde van de elleboog wordt golferselleboog genoemd.
De osteopaat onderzoekt waarom de klacht in stand gehouden wordt. De oorzaak kan gelegen zijn in een bewegingsverlies van het spaakbeen, een overbelasting/bewegingsbeperking van een passerende zenuw of een bewegingsverlies in de nek.

De elleboog is een schakel binnen de spierketting die loopt van de hand tot aan de ribben. De pijn in de elleboog is een uiting van een ontregeling ergens in het verloop van deze ketting.

 

Polsklachten

Polsklachten kunnen veroorzaakt worden door een te hoge belasting op de pols, zoals door veel werken achter de computer, wringbewegingen of bepaalde sporten.

De pols is het einde van de spierketting die loopt van de hand tot aan de ribben. De pijn is daarom ook weer vaak een uiting van een ontregeling ergens in het verloop van deze ketting. Ook een verkeerde (werk)houding kan een negatieve invloed hebben op de beweeglijkheid van de nek, schouder, bovenarm, elleboog en de pols. Dit kan de doorbloeding en bezenuwing van de betrokken regio's doen afnemen.

De osteopaat zal de ontstane bewegingsverliezen oplossen en de doorbloeding en bezenuwing van de betrokken regio's verbeteren.

 

Heupklachten

Klachten aan de heup en liesstreek zijn zeer divers van aard en kunnen voortkomen uit bewegingsbeperkingen van het heupgewricht zelf. Maar doordat het heupgewricht een functionele eenheid volgt met het bekken, de lage rug en de organen in het bekken, kan de oorsprong van de klachten echter heel ergens anders liggen.
Een oude blaasontsteking kan ervoor gezorgd hebben dat de blaas gefixeerd is geraakt met een spier aan de binnenzijde van het bekken.  Een chronische verkorting van deze spier kan ervoor zorgen dat het heupgewricht overbelast raakt, waardoor slijtage (artrose) optreedt. Ook bijvoorbeeld opstijgende problematiek vanuit de voet of knie kan verantwoordelijk zijn voor heupklachten.

Wanneer de heup zijn bewegingsvrijheid heeft terug gevonden middels het behandelen van de verstoring, zal het verder slijten van de heup worden tegengegaan en kan de heup vaak weer genezen.

Knieklachten

De osteopaat kijkt bij knieklachten altijd of er sprake is van bewegingsbeperkingen in de knie zelf (de meniscus kan geblokkeerd zitten). Daarnaast zal hij onderzoeken of de stand en beweeglijkheid van de voeten, heupen, bekken en wervelkolom wellicht verantwoordelijk zijn voor een te hoge belasting op één of beide knieën. Een lichte verdraaiing van de wervelkolom of voet geeft namelijk al een aanzienlijke verdraaiing van de knie. Hierdoor zullen de omliggende spieren, pezen, banden of de meniscus eerder overbelast raken en wordt een zwakke regio gecreëerd. Dan wordt de knie eerder vatbaar voor artrose en andere traumata zoals een scheur van de meniscus of kruisband.
De osteopaat zal de oorzaak van de verstoring van de knieregio achterhalen en behandelen en indien nodig de beweeglijkheid, de doorbloeding en bezenuwing van de knie zelf optimaliseren.

Enkelklachten

Een verstuiking of overrekking van de enkelbanden als gevolg van een verzwikking komt regelmatig voor. Vaak hersteld dit zich vanzelf, maar soms raakt het kuitbeen of een ander voetbeentje dermate geblokkeerd dat het lichaam het niet meer zelf kan herstellen en klachten rondom de enkel blijven bestaan. Op zijn buurt kan dit ervoor zorgen dat zelfs jaren nadien knie-, heup-, bekken- of lage rugklachten optreden. Ook andere klachten in de voet (pijn, tintelingen, spataders enz.) kunnen veroorzaakt worden door bewegingsbeperkingen van de voetbeentjes of door inknelling van bloedvaten of zenuwen rondom de enkel, knieholte of lies.

Een hielspoor is de verbening van de peesplaat aan de onderzijde van de voet. Verbening van peesweefsel is het gevolg van een langdurige te hoge belasting op dit weefsel. Ook hier dient weer onderzocht te worden welke schakel verantwoordelijk is voor deze overbelasting.